Hulp nodig?

Vind snel antwoorden op je vragen.

J-ReX verbinden met een mobiele hotspot

Benodigdheden:

• J-ReX
• Voertuig met OBD-poort
• Apparaat met internettoegang
• Apparaat met hotspotfunctie

  1. Steek de OBD stekker van de J-ReX in de OBD-poort van het voertuig.
  2. Zorg dat de hotspot op het apparaat met hotspotfunctie aanstaat en leg het apparaat daarna aan de kant.
  3. Op de achterkant van de J-ReX vindt u het connectornummer.
  4. Pak dan het andere apparaat met internettoegang en zoek naar beschikbare Wi-Fi-netwerken via “Instellingen / Wi-Fi-netwerken.”
  5. Let op: Als u een mobiele telefoon gebruikt, schakel eerst mobiele data uit.
  6. Zoek naar de J-ReX in de lijst met beschikbare netwerken. Het verschijnt als "connector XXXXX." Staat het er niet bij, reset de J-ReX door de resetknop onderaan rechts aan de achterkant vijf seconden ingedrukt te houden met een reset pin of paperclip.
  7. Verbind met de J-ReX. Mogelijk verschijnt een melding dat er geen internetverbinding is. Dit kunt u negeren of sluiten.
  8. Open op hetzelfde apparaat dat verbonden is met de J-ReX een internetbrowser en ga naar connector.help.
  9. Kies onder “beschikbare netwerken” de mobiele hotspot waarmee u de J-ReX wilt verbinden.
  10. Belangrijk: Voer het hotspot-wachtwoord zorgvuldig in; er verschijnt geen melding als het verkeerd is.
  11. Er verschijnt een draaiend cirkeltje. Houd de oranje en groene LEDs bij de Ethernet-poort in de gaten en wacht tot beide LEDs continu aan blijven.
    Let op: De webpagina kan terugspringen naar “beschikbare netwerken.” Dit betekent niet dat de J-ReX verbonden is. Let altijd op de LEDs, deze geven de werkelijke verbindingsstatus aan.
  12. De front-LEDs bovenop de J-ReX kunnen blauw worden, wat een firmware-update aangeeft.
    Belangrijk: Als een firmware-update bezig is, wacht tot de LEDs automatisch groen worden.
  13. Zodra beide LEDs bij de Ethernet-poort continu branden en de front-LEDs groen zijn, is de J-ReX succesvol verbonden met de mobiele hotspot.
  14. U kunt nu mobiele data op het andere apparaat weer inschakelen.